Hoe de twee technieken werken
Een inkjetprinter spuit microscopisch kleine druppels vloeibare inkt op het papier. Dat geeft vloeiende kleurovergangen en werkt op vrijwel elk papiersoort, inclusief fotopapier.
Een laserprinter laadt een beeldtrommel elektrostatisch op, waardoor tonerpoeder eraan hecht op precies de plekken waar iets moet komen. Dat poeder wordt op het papier overgebracht en er vervolgens door hitte in gesmolten.
Een LED-printer werkt op dezelfde manier maar belicht de trommel met een rij LED's in plaats van een bewegende laserstraal. Minder bewegende delen, compacter, in de praktijk vergelijkbare resultaten en verbruikskosten. Voor de keuze maakt het weinig uit — reken LED gewoon mee als laser.
Laser tegenover inkjet, punt voor punt
| Laserprinter | Inkjetprinter | |
|---|---|---|
| Aanschafprijs | € 150 – € 450 | € 60 – € 250 |
| Kosten per zwarte pagina | 1,5 – 3 cent | 4 – 14 cent |
| Kosten per kleurenpagina | Hoog — vier toners per cyclus | Lager |
| Foto's | Niet geschikt | Goed tot zeer goed |
| Bij weken stilstand | Print direct foutloos | Reinigingscyclus nodig, kost inkt |
| Snelheid | 20 – 40 pagina's per minuut | 8 – 20 pagina's per minuut |
| Formaat en gewicht | Groter en zwaarder | Compacter |
| Eerste pagina | Enkele seconden opwarmen | Direct |
Het rekenvoorbeeld
Neem een huishouden dat honderd pagina's per maand print, vrijwel alleen tekst. Over drie jaar zijn dat 3.600 pagina's.
Op een inkjet van € 70 met een HP 305XL (11 cent per pagina) kost dat € 70 + € 396 = € 466. Op een laserprinter van € 159 met een Brother TN-2420 (3 cent per pagina) kost dat € 159 + € 108 = € 267.
Bij twintig pagina's per maand draait het om: 720 pagina's kosten op de inkjet € 70 + € 79 = € 149, op de laser € 159 + € 22 = € 181. Dan is de inkjet goedkoper — en dan hebben we het nog niet over de ruimte die een laserprinter inneemt.
Reken het door met jouw eigen cijfers
Het argument dat de meeste vergelijkingen missen: indrogen
Een inkjetprinter die drie weken stilstaat, voert bij het volgende gebruik automatisch een reinigingscyclus uit. Die kost inkt zonder dat er een pagina uitkomt. Bij printers die maar af en toe worden gebruikt, verdwijnt zo een aanzienlijk deel van de inkt.
Dat betekent dat de rekensom voor sporadische printers ánders uitpakt dan het rendement op de doos suggereert. Print je onregelmatig — vier keer per jaar een stapel — dan is een laserprinter vaak goedkoper dan een inkjet, ook bij een laag totaalvolume.
De vuistregel: reken niet alleen op je jaarvolume, maar ook op je patroon. Regelmatig weinig printen past bij inkjet; onregelmatig printen past bij laser.
Wanneer je toch een inkjet moet nemen
Foto's. Punt. Een kleurenlaser kan geen fotopapier verwerken — dat smelt in de fuser — en drukt af met zichtbaar raster.
Veel kleurenwerk op gewoon papier. Een kleurenpagina op een laser spreekt vier toners aan; op een inkjet is dat structureel goedkoper.
Weinig ruimte. Een instap-laserprinter is fors groter en zwaarder dan een instap-inkjet, en dat weegt in een kleine woning mee.


