Waarom de schaprijs misleidt
Neem de HP 305. De standaardversie kost rond de zeventien euro en doet 120 pagina's: veertien cent per pagina. De 305XL kost rond de 27 euro en doet 240 pagina's: elf cent per pagina.
De duurdere cartridge is dus de goedkopere inkt. Bij vrijwel elke cartridgefamilie geldt dat, en het verschil loopt op tot vijftig procent.
Dezelfde logica geldt tussen printers. Een instap-inkjet kost je rond de veertien cent per pagina; een zakelijke inkjet twee cent en een navulbare tankprinter minder dan een halve cent. Dat is een factor dertig, en het bepaalt je uitgaven meer dan welke aanschafprijs dan ook.
Hoe de berekening werkt
De formule is prijs van de cartridge gedeeld door het aantal pagina's. Meer is het niet; de complexiteit zit in het eerlijk kiezen van de invoer.
Het aantal pagina's dat je invult, hoort het door de fabrikant opgegeven ISO-rendement te zijn (ISO/IEC 24711 voor inkjet, 19752 en 19798 voor laser). Dat staat op de verpakking en op de productpagina, en is gemeten bij 5% dekking — vergelijkbaar met een brief met wat tekst.
Print je documenten met tabellen, gekleurde koppen of afbeeldingen, dan zit je hoger dan 5% en haal je minder pagina's. Reken bij het inschatten van je jaarverbruik daarom liever met tachtig procent van de opgave.
Wat er niet in zit
Papier (reken op ongeveer een cent per vel voor standaard A4 van 80 g/m²), stroom, en de inkt die opgaat aan reinigingscycli.
Dat laatste is bij weinig gebruikte inkjetprinters allesbehalve verwaarloosbaar: een printer die weken stilstaat, spoelt bij het volgende gebruik inkt door de printkop zonder dat er een pagina uitkomt. De werkelijke kosten liggen daar dus hóger dan hier berekend.


